Wat weten wij al? Participatie inzichten uit de grote gemeenten

Auteur Dion CoomansAfzender Democratie in ActieDatum 03-10-2019

Hoe betrokken zijn inwoners en willen zij überhaupt wel betrokken worden bij vraagstukken in de gemeente, wijk of buurt? Dinsdagmiddag 1 oktober stond tijdens de kennismiddag de vraag centraal: “Wat weten wij al van onze (soorten) inwoners als het gaat om hun participatie, betrokkenheid en mate waarin zij invloed uit (proberen) te oefenen ?”. Vertegenwoordigers van de gemeentelijke onderzoeksbureaus en participatie experts van Amsterdam, Den Haag, Groningen, Rotterdam en Utrecht, wetenschappers en Democratie in Actie, kwamen samen om elkaars inzichten en inzet te delen.

Met een gezamenlijke ontwikkelagenda werken de vijf gemeenten en ‘Democratie in Actie’ samen om deze lessen structureler uit te wisselen en breder te verspreiden. Hiermee wordt niet alleen de eigen lokale democratie versterkt, maar ook de andere 350 lokale democratieën.

Den Haag

David Bos van de gemeente Den Haag trapt af met Duinoord Begroot, de samenwerking met het CBS Urban Data Center, en onderzoeken door de Universiteit Leiden en Universiteit Leuven tijdens Duinoord Begroot. Wat valt op in de gemeente Den Haag? Datagedreven werken en de Haagse stadsenquête leveren al een behoorlijk beeld op van de Haagse inwoners. Dit kan ook worden betrokken bij de participatietrajecten.

Een paar voorbeelden uit de andere onderzoeken: De woordkeuze en inhoudelijke accenten in de uitnodigingsbrief maken een wezenlijk verschil in de mate en aard van respons, bewoners reageerden afhankelijk van de informatievoorziening zowel positief als negatief op Duinoord Begroot, en een wijk-specifieke aanpak blijkt cruciaal voor het succes van een dergelijk participatieproject.

Amsterdam

Ook de gemeente Amsterdam is een voorloper. Met democratisering als collegeprioriteit heeft Amsterdam een grote ambitie. Meer zeggenschap voor Amsterdammers staat centraal. De keuze van instrumenten is afhankelijk van de doelen die men probeert te bereiken met participatie. Expliciteer het. Wil je meer draagvlak, meer sociale cohesie bereiken of inhoudelijk het besluit verrijken? Om (digitale) participatie succesvol vorm te geven, maakt de gemeente gebruik van de Amsterdamse burgermonitor. Zo bestaat de hyperdiverse bevolking van de stad steeds meer uit hoogopgeleiden, die voor een deel ook korter blijven (bv. expats). Dit verandert de behoefte aan en de benadering bij participatie.

Groningen

Groningen gaat deze week live met participatietool Consul, experimenteert met verschillende vormen van online en offline participatie op verschillende niveaus, en wint informatie in aan de hand van het ‘Het Kompas van Groningen’; een instrument dat voorziet in waardevolle wijk-specifieke informatie waarmee de gemeenten goed geïnformeerde (strategische) keuzes kan maken. Ook heeft de gemeente zich gewaagd aan een systeem van participatie op basis van loting met de coöperatieve wijkraad in de Oosterparkwijk. Het tussentijdse resultaat is een diverse wijkraad en agendering van nieuwe onderwerpen (i.s.m. de raad).

Rotterdam

Rotterdam zet in op een breed palet van participatie-instrumenten dat zij afstemmen op de leefstijlen van Rotterdammers. Het college van Rotterdam heeft zichzelf een target gesteld, namelijk dat significant meer Rotterdammers meedenken en meebeslissen. Met inzet van o.a. wijkprofielen, ‘een omnibus-enquête’, de ‘gemeentepeiler’, en een digitaal stadspanel blijkt ook Rotterdam hard naar dat target op weg te zijn.

Utrecht

De gemeente Utrecht gaat over van geïnstitutionaliseerde wijkraden, naar wijkplatforms. Hiermee wil zij Utrechters meer permanent en fluïde horen over hun wijk en buurt. De wijkraden hadden adviesrecht aan het college, maar dat bleek in de praktijk niet vlekkeloos te werken. Utrecht gaat meer inzetten op online participatie, buurtbudgetten, en ziet participatie als een belangrijke pijler van de nieuwe Omgevingswet. De snelle groei van de stad is hiertoe ook aanleiding.

Rode draden

Terugblikkend op de inzet en lessen van gemeenten zijn er een aantal rode draden te zien:

  • Als succesfactor zien meerdere steden het expliciteren van het doel waarvoor participatie wordt ingezet. Welk achterliggend doel wil je bereiken?
  • De uitnodigingsmethode is sterk taalafhankelijk. Pas je taal aan op je publiek.
  • De potentie van digitale democratie staat bij alle vijf gemeenten hoog op de agenda.
  • Meerdere gemeenten maken gebruik van burgerschapsstijlen/leefstijlen om de soorten inwoners in hun stad te identificeren en daarop participatie aan te passen.  
  • Er is geen consensus of meer participatiemiddelen leiden tot meer participatie. Enerzijds wordt daarmee aangesloten op verschillende behoeften om betrokken te worden. Anderzijds worden die kanalen (mogelijk) door dezelfde mensen gebruikt.
  • Stel je als overheid niet centraal in de samenleving op. Voor veel inwoners is dit niet de realiteit. Een deel van de inwoners wil graag participeren, lieten meerdere gemeenten zien. De andere helft wil ‘gewoon dat het geregeld wordt’ en kijkt juist naar de gemeente.
  • Streven naar ’beter betrokken inwoners’ straalt een klassiek beeld uit van een overheid die zichzelf centraal stelt. 
  • Participatietrajecten waarbij inwoners ‘veel’ zeggenschap krijgen gaan vaak over kleine onderwerpen. Bij grote projecten wordt dit nog weinig (goed) gedaan.

André Krouwel

André Krouwel (VU/Kieskompas) reflecteerde vanuit zijn data en onderzoek op de beelden van de gemeenten. Hij geeft naast de bekende kenmerken zoals man/vrouw, religie, leeftijd of opleidingsniveau een inhoudelijke invulling aan het begrip representativiteit. Daarbij wordt  actief rekening gehouden met de opiniestructuur. Welke meningen zijn er rond een bepaald vraagstuk? Pas als dat inzichtelijk is kan worden ingezien wie men wel en niet spreekt. Hierbij wordt ook de ‘gematigde-stem’ (verdrongen tussen extremen) of de ‘voorstem’ (waarom participeren als het al gaat zoals je wilt?) in beeld gebracht. Vanuit Kieskompas voert hij met regelmaat onderzoeken uit om opinies in een gemeente rond een bepaald vraagstuk in beeld te brengen.  

Terugblikkend, is het zeer waardevol om de onderzoeksbureaus meer te betrekken bij het in de praktijk verbeteren van participatie. Van de wijze waarop instrumenten ingericht zijn tot de soorten inwoners waar je rekening mee moet houden. Dit vraagt om meer evaluaties van specifieke participatietrajecten en om actieve uitwisseling van onderzoek op dit gebied in heel Nederland. Het delen van kennis stond centraal, dit kan binnenkort ook op het Kennisplatform van www.lokale-democratie.nl! Breng je onderzoek, project of voorbeeld onder de aandacht en krijg feedback van collega’s uit het land.  

Relevante onderzoeken/monitors gemeenten

Relevante onderzoeken Democratie in Actie

Kieskompas: “Typen niet-stemmers”: Onderzoek niet stemmers

Ferro: “Politieke afhakers in de lokale democratie”: Onderzoek afhakers

I&O “Democratische Kernwaarden”Onderzoek democratische kernwaarden